- Door zelf met een onderzoekende houding het sociaal ondernemen in de klas aan te pakken.
- Door activiteiten met een open einde die gestuurd worden vanuit de leerlingen uit te voeren.
- Door mogelijke angst voor verlies aan controle over het leerproces los te laten.
Dit kan door te proberen en bij te sturen. Doe je dit als team, dan leren jullie ook nog van elkaar!
- Door vooraf succescriteria te bepalen voor zowel het eindresultaat, als het proces (zie FAQ - Hoe bepaal je succescriteria voor sociaal ondernemen in de klas?)
- Door kleine successen expliciet te benoemen tijdens het proces.
- Door successen te delen met derden (bv. met de betrokken partners, ouders, op de schoolsite, andere scholen, sociale media, lokale media, ...)
Kom je met je klas toch niet (helemaal) tot het beoogde eindresultaat, maak dan zichtbaar wat er wel geleerd werd. De waarde van het sociaal ondernemen zit ook in het proces.
Bovendien kan je zo een mogelijk gevoel van teleurstelling herkaderen naar een kans. Misschien kunnen de kinderen een manier bedenken om hun initiatief nog bij te sturen, een tweede leven in de blazen, een andere draai te geven. Sowieso kunnen ze uit de reflectie bepalen wat ze een volgende keer anders kunnen aanpakken.
Zoek je nog wat meer houvast? Gebruik de WEGWIJZER onder Werkvormen. Deze flowchart helpt je als je vastloopt in het proces van sociaal ondernemen in de klas.
Je kan de WEGWIJZER ook inzetten bij de eerste keren dat je je sociaal onderneemt met je klas of bij de voorbereiding van een activiteit als foutenanalyse (als X niet loopt zoals verwacht, kan ik Y doen als oplossing).
- Begin bij jezelf: kies één concrete uitdaging die jij relevant vindt om met de klas te behandelen, bijvoorbeeld armoede of inspraak. Een enthousiaste leraar heeft een grote impact op de klas.
- Blijf dicht bij de leefwereld van je leerlingen: gebruik thema’s die herkenbaar zijn voor leerlingen, zoals iets veranderen op de school of in de buurt. Kijk naar de ‘good life goals’ voor inspiratie.
- Begin klein door één werkvormkaart in te zetten, bijvoorbeeld voor ideeën genereren. Dat hoeft nog niet perfect: het doel is oefenen en verkennen, zowel voor de leerlingen, als voor jou. Neem bij een volgende uitdaging er een tweede werkvormkaart bij rond het ontplooien van initiatieven. Werk zo verder.
- Oefen bewust, herhaal en observeer: laat leerlingen meerdere keren met dezelfde werkvormkaart werken, maar dan met verschillende uitdagingen.
- Benoem wat werkt, ook al is het klein: geef positieve feedback op wat wel lukt: "Jullie hebben al drie concrete ideeën bedacht" of "Jullie stemprocedure werkte goed”. Bedenk wat een volgende keer beter kan en probeer dat uit.
- Bouw geleidelijk op naar eigenaarschap van de kinderen: bepaalde je eerst zelf het thema en (een stuk van) de aanpak? Laat kinderen dan op termijn meebeslissen over het thema en de aanpak (gedeeld eigenaarschap). Verschuif stap per stap de regie verder naar de kinderen. Dit wordt makkelijker naar mate je meer ervaring hebt met sociaal ondernemen in de klas.
- Laat je eigen ideeën los: luister naar leerlingen, stel je op als kritische vriend en stel alleen maar vragen. Focus op het proces en niet op een (vooraf door de leraar bepaald) eindproduct.
Luister goed naar spontane inbreng van kinderen, ook tijdens niet-formele lesmomenten. Zij verwoorden vaak concrete zorgen, wensen en uitdagingen waar je mee aan de slag kan.
Richt de kinderen op de good life goals (zie site good life goals of 17doelendiejedeelt) als eenvoudige kapstok waar zij uitdagingen rond kunnen formuleren die hen bezighouden. Zo maak je ook makkelijker de link naar het eigen leven of omgeving van de kinderen.
Gebruik actualiteit als aanknopingspunt om een uitdaging te bepalen. Op basis van hun reacties, interesse en vragen kan je bepalen of ze meer of minder geboeide zijn. Zorg wel dat je de uitdaging behapbaar houdt voor de kinderen (zie FAQ - Hoe maak je een uitdaging binnen sociaal ondernemen behapbaar voor jonge kinderen?) en maak de vertaalslag naar de eigen omgeving.
Hou een klasgesprek over wat kinderen graag anders willen zien op school of in de buurt
Doe met de klas een buurtonderzoek om noden vast te stellen in de directe leefwereld van de kinderen. Nodig eventueel een expert uit die wat verdieping kan brengen rond een aspect uit het buurtonderzoek.
Je kan gebruik maken van volgende werkvormen (voor de component 'in verbinding staan'):
- Echt beleven
- Eind is zoek
- Ervaringen vangen
- Handpoppen
- Ik-gedicht
Een grote duurzaamheidsuitdaging (sociaal, economisch en/of ecologisch) kan je aan de hand van stellingen hanteerbaar en toegankelijk maken voor jonge kinderen. Door een complexe uitdaging, die kinderen de klas inbrengen, beetje bij beetje ‘uit te houwen’ (methode van ‘didactical carving’) kom je tot het punt waarop het geheel nog uitdagend genoeg is, maar toch overzichtelijk blijft voor kinderen.
Toets de uitdaging aan onderstaande stellingen en geef een score. Werk dan zoveel mogelijk naar het op maat maken van de uitdaging toe (score 4 of 5).
Let wel op dat je door vereenvoudiging van de uitdaging niet vervalt in foute informatie.

Bron: Van Poeck, K. & Östman, L. (2020) The risk and potentiality of engaging with sustainability problems in education – a pragmatist teaching approach, Journal of Philosophy of Education, 54 (4)
Sociaal ondernemen met kleuters volgt hetzelfde proces als met oudere kinderen. Uiteraard zal je bij kleuters wel zelf wat meer de regie in handen nemen waarbij je rekening houdt met volgende aspecten:
- Pik zelf op wat er leeft bij de kinderen vanuit bijvoorbeeld observatie van spel, een praatronde, ochtendkring of wat ouders vertellen of bied een actueel thema dat dicht bij kinderen staat aan in een passende context.
- Hou het onderwerp dicht bij de belevingswereld van de kinderen. Wat zien zij om zich heen, op school en thuis?
- Sta langer stil bij een bepaalde component van het model voor sociaal ondernemen in de klas zodat dit goed inzinkt bij de kinderen. Een uitdaging of situatie zal misschien meerdere keren moeten herhaald worden voor de kinderen ‘m goed in de vingers hebben. Werk je in een project? Herhaal dan de uitdaging ook tussendoor nog regelmatig zodat dit goed blijft leven in de klas.
- Maak elke stap in het proces visueel en zorg voor een concrete weergave van zowel inhoud als proces.
- Pas de invulling van bepaalde componenten aan op basis van het ontwikkelingsniveau van de kinderen, hou b.v. rekening met het nog sterke egocentrische perspectief van kleuters. Daarom is het voor kleuters moeilijker om in verbinding te komen met de situatie van een ander, maar ook bv. bij het meegaan met een idee van iemand anders.
- Stimuleer het denkproces van de kleuters: ook een minder goed of niet-haalbaar idee mag besproken worden. Zie dit als een leerkans om het denkproces van kinderen te verdiepen.
- Geef kleuters voldoende tijd om te antwoorden op vragen tijdens een praatronde, ook als het wat langer duurt om een antwoord te formuleren. Geef kleuters ook de mogelijkheid om zelf vragen te formuleren.
- Voor niet zo mondige of taalarmere kleuters is het nuttig om
- te variëren in de manier waarop de kleuters zich mogen uitdrukken (tekenen, rollenspel, praatplaat, …)
- een opbouw te voorzien van 1-op-1 werken naar in kleine groepen en dan pas klassikaal. Zo kan je iedereen begeleiden om antwoorden te vinden.
Uitdagingen die tijdens sociaal ondernemen door kinderen worden aangehaald kunnen soms gevoelige thema’s omvatten zoals armoede, gender, racisme, … Wees je ervan bewust dat voor sommige kinderen deze thema’s een directe link hebben naar hun dagelijks leven.
Maak daarom vooraf afspraken met de kinderen over hoe we met de uitdaging omgaan en daarbij pas het PRILS-principe toe
De persoonlijke verhalen die we hier delen, vertellen we niet door op de speelplaats of online. We beschermen ook onze eigen privacy, we kiezen zelf wat we zeggen en delen. Dat geldt voor iedereen, ook voor de leraar.
We tonen respect voor elkaar en voor onze verschillen. Dat doen we door naar elkaar te luisteren, elkaar te laten uitspreken en elkaar te proberen begrijpen.
We respecteren onze eigen grenzen én die van de anderen.
- I staat voor ‘Iedereen is anders’
Iedereen van ons is anders, we hebben elk een andere achtergrond. Hoe het bij jouw gezin, familie, omgeving verloopt, is niet bij iedereen zo. Dat is oké. We blijven hieraan denken en we respecteren elkaars verschillen. We luisteren graag naar nieuwe ideeën en durven twijfelen over wat we al weten.
- L staat voor ‘Lachen mag’
Soms vinden we iets grappig, of misschien lach je uit ongemak. Dat is heel normaal. Het kan zelfs helpen om spanning los te laten. Wel is het belangrijk dat je met je lachen anderen niet stoort of ongemakkelijk maakt. We hebben begrip voor het lachen, maar uitlachen is niet oké. Iedereen moet zich veilig voelen om zichzelf te zijn.
- S staat voor ‘Schaamte mag’
Het is oké als je je schaamt of ongemakkelijk voelt. Het is misschien geen leuk gevoel, maar het mag er zijn.
Merk je bij sommige kinderen dat ze ergens mee zitten of weet je vanuit de beginsituatie van een kind dat het thema in de persoonlijke sfeer zit, neem dit kind dan even apart om het gerust te stellen en bevraag zijn bezorgdheden bij het thema. Maak specifieke afspraken rond het aangeven van ervaren ongemak zodat je hier direct kan op inspelen.
Bron: 5 afspraken voor een veilige klassfeer, sensoa.be.
Succescriteria afbakenen voor sociaal ondernemen in de klas doe je voor de start van de activiteit of het project en samen met de kinderen. Let er dan op dat de kinderen niet te sterk focussen op het product alleen. Kinderen kunnen de neiging hebben om hier spontaan de nadruk op te leggen. Het moet voor hen duidelijk zijn dat zij er zelf ook van leren.
Hou in het achterhoofd dat je via het sociaal ondernemen ook werkt aan een grondhouding bij de kinderen, zoals het standpunt van een ander in rekening brengen.
Bovendien kan je in het geval van een beperkte opbrengst van een project met de kinderen terugblikken op de niet-productgebonden criteria om vast te stellen dat er toch heel wat succescriteria wél werden behaald. Stel bijvoorbeeld de vraag: ‘Wanneer zouden we tevreden zijn?’ en concretiseer de antwoorden van kinderen indien nodig.
Voorbeeld keuze competenties en vertaalslag naar concreet succescriterium
|
competentie
|
mogelijke vertaalslag
|
concreet succescriterium
|
|
compassie, empathie en zorgzaamheid
|
het perspectief van de ander werd meegenomen
|
we keken tijdens het project naar wie betrokken is bij de situatie en wat die personen van onze ideeën en initiatieven vinden zodat ze goed passen bij onze oplossing
|
|
duurzaam denken
|
een oplossing die goed is voor de omgeving en mensen, nu en in de toekomst
|
we bedachten ideeën die
- geen schade veroorzaken aan de natuur, ook niet in de toekomst
|
|
samenwerken en communiceren
|
deep democracy
|
we werken aan ideeën tot de hele klas zich erin kan vinden
|
Ook op basis van de inhoud kan je succescriteria bepalen. Dit kan je open formuleren en tijdens de activiteiten aanvullen op basis van de keuzes die kinderen maken.
Voorbeeld inhoudelijk succescriterium
|
open formulering bij start sociaal ondernemen
|
concrete formulering aangevuld tijdens
het project rond fast fashion
|
|
we kunnen vertellen over … :
- wat het is
- wat oorzaken zjjn
- wat gevolgen zijn
- hoe het werkt
- …
|
we kunnen vertellen:
- wat fast fashion is
- wat oorzaken van fast fashion zijn
- wat gevolgen van fast fashion voor mensen en natuur zijn
- waar fast fashion gemaakt wordt
|
Start vanuit kleine, haalbare criteria en breid uit of verdiep als kinderen meer ervaring hebben opgebouwd met sociaal ondernemen in de klas.
Start vanuit leerdoelen die je door de leerlingen laat benoemen: ‘Na dit project kan ik ...’ .
Gebruik een visuele doelen- of competentiemuur om leerdoelen helder te maken en visuele ontwikkelingslijnen waarop de kinderen kunnen aangeven waar ze staan en wat hun volgende stap is.
OF
Laat de kinderen een portfolio bijhouden met bewijsmateriaal (foto’s, verslagen, tekeningen, ...) van hun ontwikkeling en gebruik een tijdbalk om reflectie te stimuleren.
OF
Werk met een gezamenlijke leermuur waarop de voortgang van de hele groep zichtbaar is. Zo krijgen de kinderen inzicht in hun leerproces en voelen ze eigenaarschap over hun groei.